Roland Kip

Mannen, denk aan het collectief…

Bewegingen op de arbeidsmarkt zijn van alle tijden. Sommige bewegingen komen terug, sommige bewegingen zijn geen bewegingen, die zijn er altijd. Ik heb niet anders meegemaakt dan dat er altijd ‘frictiewerkeloosheid’ is. En er zijn golfbewegingen in de conjunctuur die gepaard gaan met banengroei en banenverlies.

In de jaren 1993-2000 was er hoogconjunctuur. Dat gaf ruimte voor tal van ideeën om de arbeidsmarkt te beïnvloeden. Ik werkte in die tijd voor opleidingsinstituut en arbeidsbemiddelaar IVIO uit Lelystad en schreef veel plannen die we vervolgens bespraken met mogelijke opdrachtgevers. Twee plannen hebben het nooit gehaald. Niet omdat ze slecht waren, maar wel een tikkeltje ‘te wild’. Er was een plan ‘De herwaardering van de ambachtsschool’, dat was ingegeven door het tekort aan vakmensen op de arbeidsmarkt. Naar IVIO’s inzichten lagen de oorzaken in een tekort aan waardering voor het echte ambacht en de aansluiting van het onderwijs bij de leerling en het bedrijfsleven. We voelden er wel wat voor om het lager beroepsonderwijs weer om te buigen naar meer vakonderwijs. Onderdeel ervan was de herwaardering en uitbreiding van zorgberoepen door aan de onderkant van de arbeidsmarkt ruimte te creëren met nuttige werkzaamheden die gewaardeerd en gediplomeerd werden.

Het tweede plan was gericht op docenten in het algemeen: ‘Elke docent zelfstandig ondernemer’. Ik weet niet of de benaming ZZP-er toen al bestond, maar de ideeën achter dit plan gingen uit van de veronderstelling dat docenten door middel van zelfstandig ondernemerschap meer verantwoordelijkheid en regelruimte te bieden, er minder verzuim zou zijn en meer kwaliteit in het onderwijs zou komen. In een tijd van hoogconjunctuur worden systeemsprongen bedacht en ook weer in de prullenbak gegooid. Privaat ondernemen binnen een publiek bestel is héél moeilijk. Daar gaan we niet meteen voor.

Want waarom zou iemand ZZP-er worden in een publieke omgeving? Een belangrijk motief voor een medewerker is: er moet geld op de plank komen. Een motief dat speelt in laagconjunctuur waarin veel medewerkers als gevolg van ontslag op een andere manier inkomsten moeten verwerven dan uit een dienstverband. Een noodzakelijk kwaad. Een ander motief kan zijn: méér geld verdienen. In tijden van hoogconjunctuur en in tijden van schaarste van beroepskrachten kan een zelfstandige-status meer inkomsten bieden. Daar staan ook meer onzekerheden tegenover. De meeropbrengst in inkomen geeft uiteindelijk de doorslag.

Dit zijn de motieven die als eerste genoemd worden als het over de ZZP-er gaat. Naar mijn idee is er meer over te zeggen. Inkomen is belangrijk, maar is ook maar één enkel aspect. Er zijn meer motieven waarmee de keuze van een werknemer om ZZP-er te worden een vlucht voorwaarts lijkt: als zelfstandige is het mogelijk je eigen keuzes te maken, kun je je eigen werk indelen, kiezen voor meer leuk en nuttig werk in plaats van al de bijkomende werkzaamheden zoals de administratie van handelingen. Kortom, het biedt meer regelruimte en meer aandacht voor het échte werk als vakman of vakvrouw. In de zorg kent iedereen de verhalen over de beperkte mogelijkheden tot zelfroostering en de druk van de administratie. Zouden we het werk in dienstverband leuker en nuttiger maken, dan zijn de eerdergenoemde motieven meer te neutraliseren.

ZZP-ers nemen zelf regie en proberen zo onzekerheden op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Lang is gedacht dat in alle publieke sectoren en zeker in de zorgsector, ontslagen en faillissementen niet aan de orde zijn. Een baan in de zorg geeft zekerheid. De recente faillissementen van de ziekenhuizen in Amsterdam en Flevoland laten wat anders zien. Ach, door de hoogconjunctuur kan elke zorgprofessional die nu is ontslagen, misschien zo naar ander werk. Daar gaat het niet om. Waar het wel om gaat, is dat het imago van de sector als werkgever een knauw heeft gekregen en dat betekent niet alleen iets voor de mensen die nu mogelijk op straat komen. Een aantal van hen zal door de teleurstelling gaan kiezen voor een baan buiten de zorg. Het beschadigde imago betekent ook iets voor aankomend zorgprofessionals: zij zullen de zorg zien als minder voorspelbaar, onbetrouwbaar en daardoor minder aantrekkelijk als werkgever. Een aantal jaren terug alweer is hetzelfde gebeurd in de thuiszorg: door de ontslaggolf van toen is het nog steeds moeilijker dan in andere sectoren om nu aan werknemers te komen. Dat geldt natuurlijk ook voor andere sectoren en evengoed voor sectoren in de private markt. Dus ook voor het arbeidsmarktimago van de zorg, was het voorkomen van een faillissement en de inzet van een gecontroleerde om- of afbouw van MC Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen veel beter geweest.

In de jaren dat ik de twee arbeidsmarktplannen schreef, hing er bij een collega een poster aan de muur met de tekst: ‘Mannen denk aan het collectief’. De poster was al wat ouder en had van oorsprong betrekking op het pensioenstelsel. De poster van de collega verhuisde telkens mee, wanneer hij een andere kamer of een andere baan kreeg. Dat klopt ook: het collectief is en blijft belangrijk. Als werknemer of als ZZP-er zijn er veel situaties waarin geldt: je kunt het niet alleen! Of, met z’n allen sta je sterker. Dat is nu ook zo: de ZZP-er die een klankbord zoekt, die ervaring wil uitwisselen of achtervang nodig heeft. De werknemer die iets gedaan wil krijgen om werk te veranderen en de regeldruk wil verminderen. Het verenigen, het collectief, maakt het individu sterker. De tekst is nog steeds actueel en is één van de vaste waarden op de arbeidsmarkt. Er is maar één ding mis aan de poster, dat veranderen we snel: ‘Vrouwen, denk aan het collectief’. Of nog beter, een genderneutrale tekst.

Roland Kip

Gerelateerd nieuws

FlevoZine | Contact

postbus 283, 8200 AG Lelystad

email: via contactformulier

0320 - 840 310

FlevoZine | Categorie
FlevoZine | archief