Appelman 1

Provincie gaat voor ondernemerschap en groei

Lelystad – Dat de ondernemer centraal staat in het nieuwe economische programma van de provincie, lijkt een open deur van jewelste. ‘Maar het is van belang rondom de ondernemer alles zo te organiseren, dat er voor hem of voor haar een soort ecosysteem ontstaat waarin hij of zij optimaal kan functioneren,’ zegt gedeputeerde Jan-Nico Appelman. ‘Dus eigenlijk om heel simpel te kijken: wat heeft die ondernemer nodig?’

MKB-economie

De Flevolandse economie drijft op het midden- en kleinbedrijf (MKB). Flevoland heeft geen eeuwenoude industrie die dominant is of was en geen familiebedrijven die al tientallen of honderden jaren actief zijn en waar een stad of gebied een groot deel van zijn werkgelegenheid aan ontleent. En dat hoeft nog niet eens een gemis te zijn ook: de Flevolandse economie is groot in haar diversiteit en daardoor ook minder kwetsbaar.

Maar daarom is het wel zaak rondom die ondernemer alles zo te organiseren dat die daar optimaal profijt van heeft. ‘Zo zijn we op dat ecosysteem voor ondernemers gekomen. Door goed te kijken: wat is nou kenmerkend voor de Flevolandse economie? Die is jong, met een prille ondernemerscultuur. En er zijn weinig ondernemingen met meer dan 250 medewerkers.’

Vervolgens moet alles zo ingericht worden dat er een optimaal klimaat ontstaat voor de ondernemer om in te groeien. ‘Want door de crisis hebben we gezien wat het betekent om geen groei te hebben. Groei is essentieel, zeker in een prille economie als die van Flevoland. Dus moeten we daar alle kansen toe bieden.’

Bredere ondersteuning

In de vorige economische visie van de provincie ging het vooral om innovatie en de door het Rijk benoemde topsectoren (Agro & Food, Tuinbouw, Life Sciences & Health en High Tech Systemen & Materialen), waar grote kansen lagen voor Flevoland. ‘We zetten nu in op een bredere en generieke ondersteuning van het hele MKB.’

Centraal in de nieuwe visie staat het ondernemerschap en de groei. Het ondernemerschap, daar begint het allemaal mee. Daar komen de initiatieven vandaan. Bij die groei kan de overheid helpen, op terreinen waar de overheid actief of goed in is.

Programmalijnen

‘We hebben vier programmalijnen’, legt Appelman uit, ‘financiering en support, het menselijk kapitaal, markt en cultuur en de Groeiversneller. In elk van die lijnen proberen we instrumenten te ontwikkelen en in te zetten die de ondernemer met groeipotentie van dienst kan zijn.’ Appelman 2

Financiering en support

Bij financiering en support kan het gaan om kapitaal of de mogelijkheid vergroten om kapitaal te krijgen. ‘Veel ondernemers hebben fantastische ideeën, maar ondervinden veel moeilijkheden daar financiering voor te krijgen. Voor de testfase van een nieuw product is het bijvoorbeeld heel erg moeilijk een lening te krijgen.’ Uit een marktonderzoek in 2015 blijkt dat er voor innovatie een financieringstekort is van 53 miljoen euro per jaar in Flevoland. Flevolanders hebben bovendien meer moeite aan innovatiefinanciering te komen dan andere Randstedelingen. Dat heeft twee voorname oorzaken: de plannen zijn vaak niet goed genoeg om investeerders te overtuigen en er is onvoldoende aansluiting op de private kapitaalmarkt.

En daarmee wordt dus ook gelijk de oplossing gegeven. ‘Middels een voucher-regeling kunnen ondernemers expertise inhuren om een plan te laten schrijven. Want al zijn de ideeën goed, niet iedere MKB-er is ook in staat dat overtuigend op te schrijven. Hulp kan dan helpen, zowel in de startfase als bij uitbreiding of groei. Verder helpen we ondernemers al via het Innovatiefonds aan geld, maar we willen ook kijken of we kunnen helpen bij het vinden van private financiering.’

Human Capital Agenda

De tweede programmalijn is het menselijk kapitaal, in goed Nederlands ‘Human Capital Agenda’.  ‘Want ook daar lopen veel ondernemers tegenaan: hoe krijg ik voldoende en goed geschoold personeel? Daarvoor moet je nu al bezig zijn met de toekomst. Kijk naar de luchthaven: als we weten dat Lelystad Airport straks passagiersvluchten krijgt, moeten we nu zorgen dat er tijdig voldoende gekwalificeerd personeel is. Dat doen we natuurlijk niet alleen, daar hebben we de scholen en gemeentes bij nodig. En soms ook partijen van buiten Flevoland.’ En dan gaat het niet alleen om het opleiden van de jeugd. ‘Er moet ook voldoende capaciteit zijn voor bij- en omscholing.’

‘Door het stimuleren van publiek-privaatrechtelijke samenwerking tussen onderwijs en het bedrijfsleven en door een goede onderwijsstructuur hopen we hieraan een bijdrage te leveren.’

Markt en cultuur

De derde programmalijn is markt en cultuur. ‘Dan hebben we het over het ondernemersklimaat. Flevoland heeft nog steeds iets van de pioniersmentaliteit, de ‘can do’-cultuur. Hoe kun je dat klimaat verbeteren?’

Belangrijk hierbij is dat er ook gekeken wordt naar internationaal ondernemerschap en groei. Voor de meeste Flevolandse ondernemers ligt de markt relatief dichtbij huis: lokaal, in de regio of landelijk. ‘Maar soms zijn er internationaal ook kansen. Soms ontbreekt het bedrijven dan aan de kennis of netwerken om toegang te krijgen tot die internationale markt. Daar kunnen wij bij helpen. Zo hebben we twee jaar geleden een regionale handelsmissie naar China gehad, en daar komen toch waardevolle contacten en daadwerkelijke internationale uitbreiding uit voort.’ Daarnaast moet Flevoland ruimte bieden aan buitenlandse ondernemingen die zich hier willen vestigen. ‘Het gastheerschap dat overheden en andere instanties dan tonen, is bepalend voor de keuze van vestiging. Net als de bekendheid met en het beeld dat men heeft van Flevoland.’

Groeiversneller

De laatste programmalijn is de ‘Groeiversneller’. ‘Die is bedoeld voor bedrijven met een flinke groeiambitie en –potentie. We richten ons daarbij in eerste instantie op bestaande bedrijven met een omzet van tussen de één en tien miljoen, die het in zich hebben om binnen vijf jaar 100 procent te groeien.’

De Groeiversneller is een programma waarin ondernemers samenwerken om hun groeiambities in versneld tempo te realiseren Bij voldoende vertrouwen in de groeistrategie en de haalbaarheid van de doelstellingen sluiten de provincie en de ondernemer een groeicontract af. De financiering voor de deelnemende bedrijven wordt extern gerealiseerd, onder andere via crowdfunding. Deelnemers worden zoveel mogelijk door (oud-) ondernemers en investeerders begeleid en ondersteund. ‘Wij scouten bedrijven voor de groeiversneller en brengen ze met elkaar in contact.’

Kansen grijpen

Appelman denkt dat het nieuwe economische programma aansluit bij wat bedrijven in Flevoland nodig hebben. ‘We zijn nu de programmalijnen aan het uitwerken en dat doen we natuurlijk niet alleen. Ook daarvoor zullen we de input zoeken en vragen van de ondernemers in Flevoland. Net zoals veel partijen ook al betrokken zijn geweest bij de samenstelling van  dit programma en er op hebben geschoten. Want we moeten het echt met z’n allen doen.’

‘Kijk, we gaan niet iedere ondernemer helpen. De bakker om de hoek die zijn brood verkoopt, redt zich ook wel zonder ons. Vandaag de dag gaat veel aandacht uit naar starters en startups. Terecht, maar de dynamiek daar is heel groot. Veel bedrijven redden het ook niet. Vandaar dat we echt inzetten op het bestaande bedrijfsleven, om te zorgen dat die groeit en kan blijven groeien.’

En dat wil niet zeggen dat zzp’ers en startups niet geholpen worden. ‘Eén op de drie werkenden in Flevoland werkt in zogenaamde microbedrijven, bedrijven van één tot negen personen. Deze  groep kent een groot aantal beginnende ondernemers en eenmanszaken met groeipotentie. Een deel van het instrumentarium is ook voor hen beschikbaar: de voucherregelingen en innovatiefinanciering. Want ook daar moeten ondernemers de kansen die er zijn kunnen grijpen.’

Diversiteit

Kortom: dat ondernemerschap en groei centraal staan lijkt een open deur en heel logisch. Maar dan moet er wel voor gezorgd worden dat de infrastructuur rondom ondernemingen, het ecosysteem voor ondernemerschap, daarop is ingericht. ‘Want we moeten de diversiteit van het MKB-bedrijfsleven in Flevoland koesteren. Doordat wij niet afhankelijk zijn van één overheersende industrie of enkele grote bedrijven, zijn we minder kwetsbaar als zo’n industrie noodlijdend wordt of het bedrijf failliet gaat. De kracht van de Flevolandse economie zit in de diversiteit. Dus moeten we de groei van dat MKB koesteren en ondersteunen.’

 

Gerelateerd nieuws

FlevoZine | Contact

postbus 283, 8200 AG Lelystad

email: via contactformulier

0320 - 840 310

FlevoZine | Categorie
FlevoZine | archief