Noordoostpolder – De middenstand in dorpen heeft het moeilijk. Een krantje of een vers gebakken brood bij de buurtsuper halen is er in sommige dorpen zoals Rutten en Luttelgeest niet meer bij. De supermarkt in Espel werd in november op het nippertje gered door een overname. Voormalig eigenaar van de Troefmarkt Jan Hilberink kon het financieel niet meer opbrengen omdat veel dorpsbewoners volgens hem hun boodschappen doen in Emmeloord. Het is een landelijke trend: lokale supermarkten krijgen het steeds moeilijker als gevolg van de recessie, het overvloedige aanbod op internet en de toenemende populariteit van steden. Bestaan er in de toekomst nog wel buurtsupers?

 

De verleidelijke stad

‘Het kan altijd beter, maar ik geloof dat mensen niet meer te besteden hebben,’ reageert supermarkteigenaar Harm Hendrik ten Napel als ik hem vraag naar de klandizie in zijn Spar supermarkt in Creil. ‘Het is een landelijke trend. Je ziet in kleine en grote steden dat bedrijven minder omzet hebben door de crisis.’ Volgens Ten Napel gaat het vooral om wat een klant zoekt en welke afweging hij maakt. ‘Creil heeft relatief veel voorzieningen zoals een supermarkt, tandarts, bloemenwinkel en een schoonheidssalon. Bant, Espel en Rutten hebben dat niet. Is de klant op zoek naar veel aanbod, dan maken die paar kilometers meer naar de stad niet uit denk ik.’

 

Zeven kilometer van Creil ligt het dorpje Bant, waar Mark Slump eigenaar is van de Troefmarkt. Hij merkt ook dat meer klanten hun boodschappen elders halen. ‘De consument is grillig. Voorheen besteedden ze nog wel eens hun geld bij de plaatselijke winkels in het dorp, tegenwoordig bestellen ze met één druk op de knop hun boodschappen op het internet.’ Dorpsbewoners hebben volgens hem veel minder binding met buurtwinkels dan vroeger. Hij merkt dat veel mensen wel willen dat de voorzieningen in het dorp blijven, maar hun boodschappen in andere steden halen. ‘Een aantal jaar geleden had ik een rijdende winkel, vergelijk het met een ouderwetse melkboer, en kwam ik jarenlang bij mensen over de vloer. Zelfs toen een aantal agrariërs verhuisden naar Emmeloord bleef ik hun boodschappen bezorgen. Dat is er nu niet meer bij, sommige dorpsbewoners heb ik nog niet één keer in de winkel gezien. Ik vind dat jammer dat er niet verder gekeken wordt dan naar de eigen portemonnee.’

 

One stop shop

Het is een landelijke trend: grote steden zoals Amsterdam en Utrecht worden steeds populairder. ‘Op dit moment woont de helft van de Nederlanders in één van de 61 grootste gemeenten van ons land en dat zal de komende decennia zo door gaan’, meldt de NRC Q. Steden hebben een ‘vernieuwde’ aantrekkelijkheid. Ze zijn schoner en veiliger dan enkele decennia geleden en hebben meer voorzieningen zoals winkels, horeca en cultuur. ‘One stop shops’, alles-in-één winkels, worden steeds meer een begrip in Nederland.

 

De noodklok luidt

Voor Annie en Leo van Boven van Annie en Leo’s Buurtsuper in Kraggenburg luidde twee jaar geleden de noodklok. Ze zien het aantal klanten teruggelopen door de komst van een Jumbo in Marknesse en de opening van de Jumbo in Emmeloord. ‘Het gaat nu weer redelijk en we merken gelukkig dat mensen wat meer besteden. We genieten weer voorzichtig,’ vertelt Leo. Het echtpaar draaide afgelopen zomer een goede omzet door de komst van toeristen die op camping en in de haven vertoefden.

Annie en Leo's buurtsuper in Kraggenburg. (Foto: Dominique de Groot
Annie en Leo’s buurtsuper in Kraggenburg. (Foto: Dominique de Groot

 

Vechten tegen de bierkaai

Superaanbiedingen en dumpprijzen: concurreren met de grote jongens op gebied van prijzen en assortiment is lastig voor de kleine ondernemer. ‘Bedrijven zoals Gamma en Action kopen restpartijen op en verkopen producten die wij in het assortiment hebben voor dumpprijzen,’ reageert Wiegert Hoefnagel, eigenaar van de Spar in Ens. Volgens Mark Slump en Leo van Boven is het niet te doen om dat als kleine ondernemer te proberen. Een buurtsuper is een winkel voor de ‘vergeten boodschap’ of de kleine boodschap en niet voor grote inkopen. ‘Zo is het altijd geweest. Grote supermarkten kunnen scherpe aanbiedingen compenseren met een volle boodschappenkar. Als ik een krat bier voor een habbekrats weggeef, komen klanten alleen voor dat krat bier,’ aldus Slump.

 

De gunfactor

Daarom speelt de gunfactor voor veel dorpssupermarkten een belangrijke rol. Een mooi voorbeeld is de oproep van de Kraggenburgse Margot Maljaars die twee jaar geleden, nadat Annie en Leo de noodklok luidden, op de dorpswebsite al haar dorpsgenoten opriep een klein bedrag in de winkel te besteden om de supermarkt te redden. ‘We moeten trots zijn op onze eigen winkel, op onze ondernemers. Omdat we het dorp leefbaar wilden houden, omdat we sociaal betrokken zijn en omdat we nog zoveel plannen hebben,’ schrijft ze. Ik praat hierover verder met Hans Wijnants, wethouder Economische Zaken van gemeente Noordoostpolder. Hij legt uit dat een buurtsuper staat of valt met het belang van dorpsbewoners. ‘Hoe graag we ook een supermarkt in het dorp zien, het is uiteindelijk de consument die de keuze maakt. Het gaat er voornamelijk om hoeveel marge ze een ondernemer gunnen.’

 

Een man die de buurtsuper enorm waardeert is Meindert Kramer van ondernemersvereniging Creil. ‘Ik zou het heel erg vinden als de Spar zou verdwijnen. Op kleine schaal heb je er alles: het postkantoor, ik haal er mijn natje en mijn droogje, de krant… Daarnaast is het er heel gezellig. Eigenaar Harm Hendrik kent iedereen en is een zeer gewaardeerd man in het dorp. We gunnen het hem en we zijn er trots op dat we het met elkaar doen.’

 

Een gezellige ontmoetingsplek

Wat betekent dit voor de buurtsuper? Wat voor meerwaarde hebben ze nog in kleine dorpen en hebben ze nog wel een toekomst? Hoewel de lokale ondernemers onmogelijk kunnen concurreren met de giganten, hebben ze wel degelijk een belangrijke functie in het dorp. Voor mensen die slecht ter been zijn bijvoorbeeld of geen auto hebben, is een buurtsuper op de hoek van de straat onmisbaar. Daarnaast vervullen ze een sociale functie en versterkt het de levendigheid van het dorp. Het is ontmoetingsplek voor dorpsbewoners om elkaar beter te leren kennen en een gezellig praatje te maken.

De Troefmarkt in Bant. (Foto: Dominique de Groot)
De Troefmarkt in Bant. (Foto: Dominique de Groot)

 

Koffiedik kijken

Op de vraag of buurtsupers in de toekomst nog bestaan, durven de supermarkteigenaren nauwelijks antwoord op te geven. ‘Als dat gebeurt, zie ik een saai en doods dorp voor me’, reageert Leo van Boven. Troefmarkteigenaar Slump vreest voor het verdwijnen van buurtsupers, maar ziet aan de andere kant een positieve golfbeweging. ‘Ik geloof dat het meeste wederkerig is. Ik zie bijvoorbeeld wel dat mensen de buurtsupermarkten opzoeken omdat ze het kleinschalige fijn vinden.’ Ook wethouder Wijnants ziet deze ontwikkeling: ‘Je ziet aan de ene kant vergrijzing in de dorpen ontstaan, aan de andere kant zie je de tegenontwikkeling dat jeugdige mensen de stad juist ontvluchten. Meestal komen ze terug als ze kinderen krijgen.’ Een ontwikkeling dat slecht kan uitpakken voor de buurtsupers is de opkomst van boerderijwinkels. ‘Op termijn verwacht ik dat aanbieders van lokale producten uit de polder meer samen gaan werken en wellicht de functie van een aantal traditionele lokale winkels gaan overnemen,’ aldus Wijnants. ‘Maar het blijft koffiedik kijken.’