Flevoland – ‘Ze roken als een ketter en zuipen als een dolle’, reageert een man op een artikel over Oost-Europese seizoenarbeiders van Omroep Flevoland. Het is slecht gesteld met de beeldvorming over Oostblokkers en huisvesting van deze arbeiders in de polder jaagt veel mensen angst aan. Zo kreeg fruitteler Peter Vereecken uit Dronten veel kritiek over zich heen omdat hij seizoenarbeiders huisvest in kleine arbeidershuisjes op zijn erf en inwoners van Bant stapten vorig jaar naar de rechter omdat ze vrezen voor een ‘Polenhotel’ in het dorp.

 

Knokpartijen

Eind september is het flink raak in het dorp Bant. De politie krijgt een melding binnen van een knokpartij en agenten treffen bij het Noordoostpolderhotel een bebloed slachtoffer aan met wonden aan zijn hoofd. Het is niet duidelijk waarom er gevochten is, wel is duidelijk dat de vechtersbazen van Oost-Europese afkomst zijn en het niet de eerste keer is dat Oostblokkers bij een knokpartij betrokken zijn. Ook gaan er geruchten dat er drugs wordt gedeald. Voor een aantal dorpsbewoners is de maat vol, volgens hen deugt het ‘Polenhotel’ niet en veroorzaakt het alleen maar overlast. Voeg daar ‘ze pikken onze banen in’ en ‘rijden ladderzat op de weg’ aan toe en het cirkeltje van vooroordelen is rond. Noordoostpolderhotel 2

 

Wat we er ook van mogen denken, veel bedrijven zijn blij met hun buitenlandse krachten. Fruitteler Peter Vereecken legt in een interview met de FlevoPost uit dat we er zonder Oostblokkers economisch gezien zelfs veel slechter voor staan. Hij werkt al jaren samen met Poolse en Letse seizoenarbeiders. ‘Kijk maar eens in sorteercentra, magazijnen en de metaalbewerking hoeveel Oostblokkers daar werken. Zij pakken het werk aan waar een ander zijn neus voor ophaalt en zijn bereid om daar honderden kilometers voor te rijden.’ De uitspraak dat ‘buitenlanders onze banen inpikken’ vindt hij grote onzin.

 

Een tegengeluid geven

‘We hebben altijd geprobeerd Nederlanders te krijgen. Er is veel geadverteerd, maar dat heeft weinig reacties opgeleverd,’ zegt Vereecken stellig, ‘De rijpe appels en peren moeten toch geplukt worden. Ik ben tevreden over mijn werknemers en heb de afgelopen jaren een goede band met ze opgebouwd. Daarom heb ik voor mezelf besloten geen andere krachten meer aan te nemen. Deze mensen zijn gekomen toen niemand anders wilde komen of kon en die zet ik niet zomaar aan de kant. Dat is een ander verhaal dan dat buitenlanders onze banen inpikken.’ Het artikel brengt veel positieve reacties teweeg. ‘Mensen uit mijn omgeving vinden het goed om een keer de andere kant van het verhaal te horen. Ik werd zelfs opgebeld door mensen die ik helemaal niet kende.’

 

Vereecken huisvest zijn Poolse en Letse arbeiders op zijn erf in Dronten, andere ondernemers kiezen ervoor hun arbeiders elders te huisvesten of laten de keus over aan de arbeiders zelf. Vlakbij Kraggenburg verblijven bijvoorbeeld 112 Oostblokkers in tien zogenoemde cultuurboerderijen. Dit zijn boerderijen die na het droogvallen van de Noordoostpolder gebouwd zijn en daardoor cultureel erfgoed zijn van de provincie. Twee jaar geleden heeft de gemeente besloten dat maximaal tien oude boerderijen omgebouwd mochten worden tot huisvesting voor arbeidsmigranten.

 

De Flevohoeve

Zowel Polen als Russen, Bulgaren, Portugezen en Engelsen vinden onderdak op de Flevohoeve in veertien appartementen voor elk acht personen. Sommige arbeiders wonen er een week, anderen een paar jaar. Bewoners tillen pallets met tulpen, werken in de kassen of in distributiecentra. Aan ‘De Correspondent’ vertelt beheerster Guusta Verboom dat er een hele tijd een groep arbeiders bij haar verbleef die elke dag naar Amsterdam reed om in de cacao te werken. Volgens haar woonden ze zo ver van hun werk omdat ze dichterbij geen betaalbaar alternatief konden vinden.

 

Op de Flevohoeve gelden strenge regels. Zo mag er niet geblowd worden, mag er buiten aan de picknicktafels geen sterke drank gedronken worden en bezoek moet voor tien uur de deur uit zijn. In het interview met vertelt Verboom dat ze zo’n drie keer per maand iemand uit huis zet, want alleen als ze streng en duidelijk is, blijft het gezellig. Ook fruitteler Vereecken hanteert een streng beleid. ‘Als ik weet dat iemand dronken achter het stuur kruipt, bel ik meteen de politie. Op mijn erf wordt dronkenschap niet gedoogd. Als ik ze de eerste keer betrap krijgen ze een waarschuwing, de tweede keer worden ze ontslagen.’

 

Streng beleid

En die strenge regels zijn hard nodig om chaos te voorkomen, legt Vereecken uit. Het is volgens hem essentieel dat beheerders er strak bovenop zitten en middelen hebben om in te grijpen zoals een sanctiebeleid. ‘Drank zit nou eenmaal in de cultuur en dan gebeuren akkefietjes en vechtpartijen sneller. Je hebt dan een middel nodig om voor politieagentje te spelen. Leuk is het niet, maar anders wordt het een chaos. Voor mij is het wat makkelijker omdat het mensen zijn die voor mij werken en met wie ik een band opbouw. Je kan dan eerder een grens aangeven, Oostblokkers hebben ontzettend veel respect voor de werkgever.’

 

De fruitteler denkt dat vechtpartijen en mogelijke drugsdeals in Bant te verklaren zijn door het ontbreken van een sanctiebeleid en anonimiteit. Ronny Prins, eigenaar van het Noordoostpolderhotel in Bant, houdt zich verre van alle discussies omtrent zijn hotel. ‘We zijn een hotel en restaurant voor iedereen. Huisvesting is iets voor buiten de dorpen en niet bij ons.’ Het Noordoostpolderhotel, voormalig Polderhuis, heeft 14 kamers en 1 familiekamer, douche en wc worden gedeeld. De onrust over het hotel is ontstaan toen de vorige eigenaar in 2013 liet doorschemeren dat in het budgethotel er arbeidsmigranten zouden logeren en hij het pand had verhuurd aan een uitzendbureau. Snel daarna werd het weer ontkend.

 

Onrust wegnemen

De afgelopen maanden is het pand grondig verbouwd en heeft het hotel nieuwe eigenaren. Om onrust bij dorpsbewoners weg te nemen, hebben Ronny en Sandra Prins in oktober een open dag georganiseerd. Buurtbewoners hebben een kijkje kunnen nemen in het hotel en hebben kennis gemaakt met de eigenaren. ‘We willen duidelijk maken dat er nu en in de toekomst geen arbeiders gehuisvest worden,’ reageert Prins.

 

Op de Flevohoeve bij Kraggenburg komen ondernemers en politici regelmatig kijken hoe het er daar aan toe gaat. Om van te leren en om omwonenden die voor overlast vrezen gerust te stellen. Beheerster Verboom vertelt in het interview dat als de ondernemers en politici zijn geweest, ze weten dat ‘Polenhotels’ helemaal geen grote problemen hoeven te geven. Als het beheer maar goed is.